vrijdag 12 april 2013

Met dank aan de TRV


In Brabants groene hart, hier in Bernheze
Daar wordt elk jaar het witte goud geteeld
Dat in de lente vele tongen streelt
En door de echte kenners wordt geprezen.

Geen groente die zo lekker is als deze,
Die onze smaakpapillen nooit verveelt
En waar een kok heel creatief mee speelt
Zo wordt in menig restaurant bewezen.

Je kunt hier op de fiets een eind gaan rijden
Van telers die asperges voor je snijden
Naar zaken waar men die voor jou bereidt.

Dus leer ons groene landschap beter kennen
En laat u tevens culinair verwennen
Dat is toch de ultieme vrije tijd.

donderdag 11 april 2013

Geen goed begin

Je bent Bernhezenaar maar 16-min
En wilt al graag iets alcoholisch drinken
Omdat je denkt: dan hoor ik bij de binken,
Dan roept Ad Donkers: “Da’s geen goed begin.”

Want ook al heb je in zo’n drankje zin
En wil je reeds de glazen laten klinken,
De alcohol die hakt er stevig in
Zodat je zelfs je hersens zult verminken.

Dus Ad, die hier ons welzijn moet bewaken
En ook gezondheid erg belangrijk vindt,
Wil drinken onder zestien lastig maken.

Een 16-minner is nog maar een kind
En mag zich nog dit vocht niet laten smaken
Omdat, vindt Ad, hij dan niet goed begint.  

vrijdag 5 april 2013

De MooiBernhezeKrant

Op woensdag komt hij in de bus gegleden
De (in oranje) MooiBernhezeKrant
Die over dit deel van het Brabants land
Ons overspoelt met wetenswaardigheden.

Je leest wat mensen hier gaan doen of deden
Of wat een club presteert in teamverband.
Men toont Bernheze van zijn beste kant
En laat zijn burgers voor het voetlicht treden.

Dit is geen krant om bij het oud papier
Of onder in de kattenbak te gooien
Maar leesvoer voor een aangenaam kwartier.

Dus laat je wekelijks erdoor verstrooien
En lees wat hier in de gemeente speelt.
De kans is groot dat jij je niet verveelt.

donderdag 4 april 2013

Rode kaart in Loosbroek

In 't jaarlijks potje van de veteranen
Van VV Heeswijk tegen WHV
(Dat is een heuse strijd als van Titanen)
Blies ik een tijd lang mijn partijtje mee.

We wilden ons steeds onverslaanbaar wanen
En daarom was ons spel niet echt fair play.
De scheids moest menig teamgenoot vermanen
Maar dat we naar hem luisterden, nou nee.

We stonden op een keer met 5-4 voor
Maar kort voordat de leidsman af zou fluiten
Brak plotseling mijn tegenstander door.

Ik stak mijn been dus uit om hem de stuiten
En kreeg daarvoor terecht een rode kaart,
Maar ja, we wonnen wel. Het was het waard.

woensdag 3 april 2013

Slagerszoon in Bernheze

In Kerkzicht, hier op school en in De Wis,
Een keur aan schrijvers kwam reeds in Bernheze
Opdat men daar hun boeken zou gaan lezen
Van Zwagerman, Abdollah tot Van Dis.

De BKK ving menig grote vis
Van wie het oeuvre alom wordt geprezen
Of een van wie de ster snel is gerezen.
Men weet hoe leuk het lezen immers is.

Degene die vandaag is uitgekozen,
De eerste dinsdag van de maand april,
Die hoort qua stijl echt tot de virtuozen.

De slagerszoon getooid met fraaie bril
Bewees bijvoorbeeld met Kartonnen dozen
Dat hij met taal precies doet wat hij wil.

donderdag 28 maart 2013

Stropdas bij Van Tilburg


"Ik zal," zei ik, "echt nooit een stropdas dragen
En evenmin hijs ik me in een pak.
Ik voel me anders niet op mijn gemak.
Ik doe het niet, hoe vaak ze dat ook vragen."

Toch was ik een keer in mijn levensdagen
Toen het gevraagd werd voor verzet te zwak
En droeg ik tot mijn eigen onbehagen
Een stropdas, o wat zat dat ding toch strak.

Dat was destijds voor het robijnen feest
Van hen van wie ik met hun dochter huwde.
Ik was, waar ik hem kocht, nog nooit geweest.

Dat zij mij in die zaak naar binnen duwde,
Het staat mij nog heel helder voor de geest
En hoe ik van Van Tilburgs dassen gruwde.

Fietsen door Vorstenbosch

Ze moeten er nog zijn, de bandensporen
Van toen, gezeten op mijn stalen ros,
Ik door de straten reed van Vorstenbosch
Op weg naar Uden, waar ik ben geboren.

Dat tochtje kon mij altijd zeer bekoren
En weekte iets nostalgisch in mij los.
Ik reed flink door, met op mijn wang een blos,
De wind soms in de rug en soms van voren.

Nu echter is mijn moeder overleden
En voel ik het voorbijgaan van de tijd
Als ik door Vorstenbosch heen kom gereden.

Hoe vaak ik ook nog door dit dorpje rijd
Er is geen kans meer dat zij in het heden
Mij straks met thee en appeltaart verblijdt.