vrijdag 5 april 2013

De MooiBernhezeKrant

Op woensdag komt hij in de bus gegleden
De (in oranje) MooiBernhezeKrant
Die over dit deel van het Brabants land
Ons overspoelt met wetenswaardigheden.

Je leest wat mensen hier gaan doen of deden
Of wat een club presteert in teamverband.
Men toont Bernheze van zijn beste kant
En laat zijn burgers voor het voetlicht treden.

Dit is geen krant om bij het oud papier
Of onder in de kattenbak te gooien
Maar leesvoer voor een aangenaam kwartier.

Dus laat je wekelijks erdoor verstrooien
En lees wat hier in de gemeente speelt.
De kans is groot dat jij je niet verveelt.

donderdag 4 april 2013

Rode kaart in Loosbroek

In 't jaarlijks potje van de veteranen
Van VV Heeswijk tegen WHV
(Dat is een heuse strijd als van Titanen)
Blies ik een tijd lang mijn partijtje mee.

We wilden ons steeds onverslaanbaar wanen
En daarom was ons spel niet echt fair play.
De scheids moest menig teamgenoot vermanen
Maar dat we naar hem luisterden, nou nee.

We stonden op een keer met 5-4 voor
Maar kort voordat de leidsman af zou fluiten
Brak plotseling mijn tegenstander door.

Ik stak mijn been dus uit om hem de stuiten
En kreeg daarvoor terecht een rode kaart,
Maar ja, we wonnen wel. Het was het waard.

woensdag 3 april 2013

Slagerszoon in Bernheze

In Kerkzicht, hier op school en in De Wis,
Een keur aan schrijvers kwam reeds in Bernheze
Opdat men daar hun boeken zou gaan lezen
Van Zwagerman, Abdollah tot Van Dis.

De BKK ving menig grote vis
Van wie het oeuvre alom wordt geprezen
Of een van wie de ster snel is gerezen.
Men weet hoe leuk het lezen immers is.

Degene die vandaag is uitgekozen,
De eerste dinsdag van de maand april,
Die hoort qua stijl echt tot de virtuozen.

De slagerszoon getooid met fraaie bril
Bewees bijvoorbeeld met Kartonnen dozen
Dat hij met taal precies doet wat hij wil.

donderdag 28 maart 2013

Stropdas bij Van Tilburg


"Ik zal," zei ik, "echt nooit een stropdas dragen
En evenmin hijs ik me in een pak.
Ik voel me anders niet op mijn gemak.
Ik doe het niet, hoe vaak ze dat ook vragen."

Toch was ik een keer in mijn levensdagen
Toen het gevraagd werd voor verzet te zwak
En droeg ik tot mijn eigen onbehagen
Een stropdas, o wat zat dat ding toch strak.

Dat was destijds voor het robijnen feest
Van hen van wie ik met hun dochter huwde.
Ik was, waar ik hem kocht, nog nooit geweest.

Dat zij mij in die zaak naar binnen duwde,
Het staat mij nog heel helder voor de geest
En hoe ik van Van Tilburgs dassen gruwde.

Fietsen door Vorstenbosch

Ze moeten er nog zijn, de bandensporen
Van toen, gezeten op mijn stalen ros,
Ik door de straten reed van Vorstenbosch
Op weg naar Uden, waar ik ben geboren.

Dat tochtje kon mij altijd zeer bekoren
En weekte iets nostalgisch in mij los.
Ik reed flink door, met op mijn wang een blos,
De wind soms in de rug en soms van voren.

Nu echter is mijn moeder overleden
En voel ik het voorbijgaan van de tijd
Als ik door Vorstenbosch heen kom gereden.

Hoe vaak ik ook nog door dit dorpje rijd
Er is geen kans meer dat zij in het heden
Mij straks met thee en appeltaart verblijdt.

Scoren in Nistelrode

Ooit stond ik op een veld in Nistelrode
(Ik zat net op de middelbare school)
En maakte daar mijn allereerste goal
Waarna ik juichend te veel blijdschap showde.

Terwijl de keeper mij met blikken doodde
En iemand naar mij schreeuwde: “Halve zool!”
Was ik toen voor mezelf een soort idool
En dacht: dit wordt een gouden periode.

Die brak niet aan. Ik scoorde sindsdien zelden
En lukte het, dan nooit zo wonderschoon
Dat men het in de kranten kon vermelden.

Als leider van het elftal van mijn zoon
Kwam ik terug daar op diezelfde velden.
Hij scoorde ook, maar vond dat heel gewoon.  

donderdag 21 maart 2013

VV De Zaert 2

Ze heten Marcel, Michel, Gerard, Peter
En Willem, Erik, Harrie, Toine en Frans
En ook nog Ben en Sjaak en Peer en Hans.
Ze worden geen van allen ooit nog beter.

De een heeft elke week een losse veter,
Een ander gaat het liefst voor eigen kans
Bij drie zijn wil en kan nog in balans
En nummer vier die vecht voor elke meter.

Ze hebben steeds twee shirtjes meegenomen:
Het ene grijs, de kleur van ieders haar,
Het tweede rood. Zij die het eerste komen
Bepalen wie er spelen met elkaar.

De grijzen winnen meestal, dat is waar,
De roden evenwel die blijven dromen.